Biodiversiteit

Biodiversiteit is de diversiteit van het aantal soorten planten en dieren dat in de omgeving aanwezig is. Hoe hoger de biodiversiteit op een bepaalde plek, hoe meer verschillende soorten dieren en planten er te vinden zijn.

De biodiversiteit in het Nederlandse landschap holt in rap tempo achteruit. Geschat wordt dat de biodiversiteit in ons land nog slechts 15% is van de oorspronkelijke biodiversiteit. Een zorgwekkende ontwikkeling, want volgens de Wereld Voedsel Organisatie is de afname van het aantal dier- en plantensoorten een van de grootste gevaren van ons huidige tijdsbeeld.

Tot op heden is er nog geen kentering te zien, want de biodiversiteit in voedingsgewassen neemt nog altijd jaarlijks af en van steeds meer diersoorten komt het voortbestaan in serieus gevaar. Hoe sneller de natuurlijke variatie afneemt, hoe groter de kans op een voedselcrisis in de toekomst.

Biologische landbouwmethoden bieden hoop, want deze zorgen voor meer biodiversiteit ten opzichte van conventionele landbouwmethoden. Op biologische grond zijn vaak meer wilde planten aanwezig en ook is de diversiteit aan plantensoorten tot wel meer dan twee keer zo groot als in de reguliere landbouw. Daarnaast bevat de bodem van biologische landbouwgrond vaak meer kleine organismen en ander bodemleven, wat de vruchtbaarheid en waterhuishouding van de bodem verbetert.

Ook bovengronds heeft biologische landbouw positieve gevolgen voor de biodiversiteit. Biologische boeren maken vaak gebruik van natuurlijke vijanden van organismen die schadelijk zijn voor de gewassen. Dit is een van de redenen dat er op biologische landbouwgrond meer dieren zoals vogels, spinnen, vlinders en kevers voorkomen dan op conventionele landbouwgrond.

Biologische boeren hebben vaak meer oog voor historische en seizoensafhankelijke kenmerken van de regio. Dit zorgt ervoor dat op biologische landbouwgrond meer biotopen aanwezig zijn dan op traditionele landbouwgrond. Ook kweken biologische boeren meer verschillende soorten gewassen, onder meer omdat zij aan vruchtwisseling doen.

Klimaatverandering

Klimaatverandering vormt samen met afname van de biodiversiteit een van de grootste bedreigingen voor de voedselvoorziening. Op mondiale schaal is de voedingssector momenteel verantwoordelijk voor maar liefst een derde van alle broeikasgasemissies. Landbouw neemt hiervan ongeveer de helft voor zijn rekening.

Biologische landbouw vormt hierop een positieve uitzondering, omdat het zorgt voor lagere broeikasgasemissies, een lager energieverbruik en een verhoogde opslag van CO2 in de bodem. Dit laatste zorgt weer voor minder CO2 in de atmosfeer en heeft daardoor een gunstige uitwerking op de ongewenste klimaatverandering.

CO2 (kooldioxide) is echter niet het enige broeikasgas dat door de landbouw uitgestoten wordt. Een ander broeikasgas dat vrijkomt is N2O (lachgas). Dit gas komt met name vrij tijdens de toepassing van kunstmest en het effect op het klimaat is meer dan 300 keer sterker dan dat van CO2. Ook CH4 (methaan) wordt veelvuldig uitgestoten; het effect van dit gas op het klimaat is 4 keer sterker dan dat van CO2.

Ook op dit vlak vormt biologische landbouw een positieve uitzondering. Biologische bedrijven stoten minder broeikasgassen per hectare landbouwgrond uit, onder meer omdat zij geen gebruik maken van zaken als kunstmest.

Met het oog op klimaatverandering gaat ook energieverbruik een steeds belangrijker rol spelen. Biologische bedrijven blinken over het algemeen uit in een relatief lager energiegebruik ten opzichte van conventionele landbouwbedrijven. Hoewel dit niet voor elke sector geldt, kan in zijn algemeenheid gesteld worden dat biologische bedrijven meestal energiezuiniger zijn.

Waterkwaliteit

In veel streken waar reguliere landbouw bedreven wordt, is verontreiniging van het grondwater door synthetische meststoffen en pesticiden een groot probleem. In de biologische landbouw daarentegen zijn dergelijke stoffen verboden. In plaats daarvan worden organische meststoffen zoals compost, dierlijke mest en groenbemesting toegepast en wordt de afwezigheid van synthetische stoffen gecompenseerd door een grotere biodiversiteit en betere bodemstructuur.

Biologische landbouwmethoden verminderen het risico op verontreinigd grondwater fors. Er zijn zelfs landen (denk hierbij onder meer aan Duitsland en Frankrijk) die biologische landbouw bewust stimuleren, omdat de verontreiniging in bepaalde gebieden zorgwekkende vormen begint aan te nemen.

Genetisch gemodificeerde organismen

Er is de laatste tijd veel ophef over: genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s). In de conventionele landbouw worden GGO’s gewoon toegepast, terwijl ze in de biologische landbouw verboden zijn.

De gezondheidseffecten van GGO’s zijn nog allerminst duidelijk, maar dat weerhoudt de overheid er niet van biotechnologie te stimuleren. GGO’s kunnen namelijk de nodige voordelen hebben, met name op het gebied van de wereldwijde voedselvoorziening.

Zo kan de inzet van biotechnologie resulteren in gewassen die ongevoelig zijn voor ziekten, plagen en droogte. Ook kunnen gewassen resistent worden gemaakt tegen bepaalde ziekten, waardoor er minder chemische bestrijdingsmiddelen en pesticiden noodzakelijk zijn.

Toch zijn er ook risico’s verbonden aan de inzet van GGO’s. De mogelijke schadelijke invloed op het dierenleven is nog onduidelijk en ook is het mogelijk dat GGO’s zich rap verspreiden ten koste van andere gewassen. Dit alles zou desastreuze gevolgen kunnen hebben voor de biodiversiteit.

De biologische voedselsector streeft een natuurlijke biodiversiteit na en gebruikt daarom geen GGO’s tijdens de productie, verwerking of behandeling van voedsel. Eten met een biologisch keurmerk is dan ook gegarandeerd vrij van GGO’s. Toch dreigt het gevaar dat dit in de toekomst niet langer het geval is.

De toepassing van GGO’s in de reguliere landbouw neemt zienderogen toe, waardoor GGO’s zich vroeg of laat (bijvoorbeeld via pollen) in het milieu zullen verspreiden. Ook biologische boeren zullen dan niet langer in staat zijn om met 100% zekerheid te garanderen dat hun producten GGO-vrij zijn.

Biovak.nl 2015