Geschiedenis van de biologische landbouw

Het grootste gedeelte van de geschiedenis is landbouw biologisch van karakter geweest. Tot 1920 gebruikten boeren alleen nog natuurlijke middelen om de bodem te voeden en ziekten en plagen te vermijden.

Vanaf de jaren 20 veranderde dit, toen veel boeren begonnen te experimenteren met kunstmest. Volgens de Oostenrijkse filosoof Rudolf Steiner was dit een bedenkelijke ontwikkeling. Hij pleitte voor meer respect voor de natuur en wilde natuurlijke kringlopen niet verstoren met middelen als kunstmest.

De filosofie van Steiner kreeg wereldwijd aanhangers en luidde het begin van de biologisch-dynamische landbouw in. Rond de jaren dertig ontstonden er in Nederland diverse biologische boerderijen en ook in andere landen was de biologische landbouw aan een gestage opmars bezig.

Tweede Wereldoorlog

Insecticide DDT

De Zwitserse chemicus Paul Muller ontwikkelde het middel DDT, een insecticide waarmee plagen van insecten eenvoudig bestreden konden worden.

Rond de Tweede Wereldoorlog kwamen deze ontwikkelingen tijdelijk tot een einde. De oorlog zorgde voor een verslechterd contact tussen biologische boeren en hun klanten en leidde tot een verminderde interesse in biologische producten.

Tegelijkertijd begonnen landbouwmethoden in een nog sneller tempo te veranderen. In de oorlogsjaren werd er door wetenschappers veel onderzoek gedaan naar chemische middelen die bedoeld waren voor oorlogsvoering. Hierdoor werden chemische bestrijdingsmiddelen ontdekt die uitermate geschikt bleken om insecten te doden.

Rond de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de Zwitserse chemicus Paul Muller het middel DDT, een insecticide waarmee plagen van insecten eenvoudig bestreden konden worden. Een nieuwe manier van landbouw bedrijven ontstond, waarbij chemische bestrijdingsmiddelen vrijwel ongelimiteerd werden ingezet om de productie van gewassen te maximaliseren.

Al snel bleken de geïndustrialiseerde landbouwmethoden ook nadelen te kennen. DDT was weliswaar effectief tegen ongedierte, maar werd zoveel gebruikt dat in de jaren zestig ieder levend wezen op aarde DDT in zijn vetweefsel had opgeslagen. Dit leidde onder andere tot het uitsterven van bepaalde vogelsoorten en vormde een bedreiging voor de algehele volksgezondheid. Hierdoor werd het middel in de jaren zeventig wereldwijd verboden.

Biologisch eten wordt populairder

In de tussentijd begonnen er steeds meer tegengeluiden te komen van biologische boeren die zochten naar natuurlijke alternatieven voor de veelvuldig ingezette chemische bestrijdingsmiddelen. Ook in de samenleving won de biologische beweging terrein. In de jaren zestig en zeventig kwam er meer aandacht voor thema’s als gezond eten en klimaatverandering, waardoor biologische landbouwmethoden steeds minder kritisch werden bekeken.

In de jaren erna zette deze ontwikkeling zich door. Biologische producten die in de jaren zeventig en tachtig alleen nog in gezondheidswinkels werden verkocht, verschenen vanaf de jaren negentig ook in de schappen van reguliere supermarkten. Tegenwoordig verkopen steeds meer supermarkten biologische producten en nog altijd wordt het biologische aanbod steeds gevarieerder.

Biovak.nl 2015